Arthur Grumiaux en de juryleden van de internationale vioolwedstrijd in München in 1952. ©2002 – Foros Felicias / SOFAM – België (detail)



Zie

Het gedeelte "Concerten" uit de fotogalerij. De twee video's uit het gedeelte "Video""uit de fotogalerij.


6. De festivals


Het Festival Pau Casals | De festivals van Stavelot


Grumiaux’ faam bereikte zeer snel een zodanige uitstraling dat hij ook zeer vlug te gast was bij tal van festivals. Zijn deelname aan festivals, die hij nimmer verwaarloosde, stelde hem in de gelegenheid grote artiesten te ontmoeten en met hen dikwijls vriendschapsbanden te smeden. Het is tijdens een festival dat hij Clara Haskil ontmoette en dit betekende het begin van een reeks concertreizen en plaatopnamen samen.


Het Festival Pau Casals.
In juni 1953 werd hij uitgenodigd door Casals zelf op diens festival van Prades, waar hij de laatste maal als toerist naar toe was gegaan.

Op vrijdagochtend, 19 juni 1953 schreef hij aan Amanda :
“Toen ik in het hotel in Moligt aankwam, waande ik mij midden in de Saharawoestijn, behalve dan dat ik in de bergen zat. Geen enkele musici die optreedt tijdens het festival, logeert in dit hotel. Gelukkig kwam de avond zelf Krachmalnich (Konzertmeister bij het festivalorkest) met mij souperen. Toen hij mijn trieste uitdrukking ontwaarde, vroeg hij aan zijn gastheer (hij logeerde niet in het hotel), of hij geen kamer meer vrij had voor mij… De kamer is zeer klein… maar ik moet tenminste niet meer heen en weer reizen tussen Prades en het hotel in Moligt. Daarenboven zal het gemakkelijker zijn voor de repetities”.

« Vanochtend ben ik op bezoek geweest bij Casals. Ik vond hem geweldig, het leek bijna alsof hij mij een warm hart toedroeg. Hij zei mij dat het hem verschrikkelijk speet dat ik niet tot 7 juli kon blijven om met hem de trio’s te spelen…”
“Ik kreeg nog niet de gelegenheid om met Clara Haskil te repeteren omdat zij vanavond een concerto en een sonate met Casals speelt. Ik denk dat ik morgen de ganse dag met haar zal werken…”
Het begin van de brief beschrijft duidelijk de gevoelige Grumiaux. Hij wordt zeer vlug van zijn stuk gebracht door dit verlaten en slecht gemeubileerd oord en hij kan moeilijk zijn ontgoocheling verbergen. Laten wij zeggen dat dit één van de “kinderlijke” trekjes van zijn karakter is, maar ook één van zijn kwetsbare kanten wat hem zo innemend maakt, want hij is één van de onzen, van zijn ongewild voetstuk van groot artiest van een andere wereld, neergedaald. Hij heeft zich voorgenomen om een hele dag samen met Clara Haskil te werken om hun concert voor te bereiden. Het komt niet veel voor dat de Belgen vol vuur en vlam staan voor het succes van één van hun landgenoten. Maar deze keer laat Suzanne Frankignoul zich in “La Nation Belge” in uitzinnige vervoering meesleuren. Hier volgt haar relaas.

HET FESTIVAL PAU CASALS IN SAINT-MICHEL-DE-CUXA
Een triomf voor Arthur Grumiaux.
Gewoontegetrouw maken wij melding van al de concerten wanneer het Festival Pau Casals afgelopen is maar deze keer lijkt het mij niet mogelijk om nog drie weken te wachten om aan onze landgenoten over de ovatie die Arthur Grumiaux op een avond te beurt viel, te vertellen. Zondag vertolkte onze landgenoot de Sonate in G op 96 van Beethoven, begeleid door de grote artieste Clara Haskil. Dit vierde concert op het festival was een kamermuziekconcert. Tijdens de voorgaande concerten had Maria Stader een bis gegeven, Clara Haskil had een opzienbarend, maar nietszeggend applaus gekregen en, behalve vanzelfsprekend de grote Meester Pau Casals zelf, werd voor niemand zo geapplaudisseerd als voor onze landgenoot. Het uitzinnige publiek ging maar door met “bravo” roepen, wat Arthur Grumiaux ertoe verplichtte tenminste zesmaal terug te komen om te groeten. Deze triomf in de grote nokvolle abdij van Saint-Michel, waar maar weinig Belgen aanwezig waren, ontroerde Arthur Grumiaux nog meer omdat hij de enige Belgische artiest was op het festival. Men moet het enthousiasme onderstrepen dat de vertolking van Grumiaux teweeg bracht bij een schare talentvolle musici als Clara Haskil, William Kapell, Paul Tortelier, Gabrielle Lengyel, Georgette Brabant en nog zovele anderen, zonder misschien de meest enthousiaste te vergeten, Pau Casals zelf die ons zei : “Eenvoudigweg, schitterend…”
(s) S. Frankignoul


We kunnen er niet aan weerstaan een brief van Grumiaux aan zijn vrouw weer te geven. Ongetwijfeld was men getuige van zijn triomf maar we ontdekken eveneens van binnenuit de bekrompen kantjes van een festival die een artiest moet kunnen naast zich neerleggen : 26 juni 1953.
“De repetities van het concerto, het kwartet en de sonates hebben danig geduurd dat ik zelfs de omgeving van Prades, die heel mooi blijkt te zijn, niet heb kunnen bezichtigen. De sfeer is, zoals ik vreesde, tamelijk slecht. Er zijn jaloerse clans. De arme Krachmalnich ondervond als Konzertmeister hier de gevolgen van. Het orkest is samengesteld uit enkele Konzertmeisters van Amerikaanse orkesten : je begrijpt dat elk van hen op de eerste lessenaar wilde plaatsnemen. Spijtig voor deze die erop zat. Ik zal je later wel alles hierover vertellen.

Mijn eerste concert, met Clara Haskil (zie foto hierbij) was, zo blijkt, schitterend. Het was mij een bijzonder groot genoegen met deze uitmuntende artieste te kunnen optreden, een groot musicus en van een bescheidenheid waaraan velen een voorbeeld zouden kunnen nemen. Ik denk dat de sonate opmerkelijk geklonken heeft (je ziet, ik ben de eerste om niet bescheiden te zijn). Je zal de heruitzending van dit concert kunnen beluisteren. Wij hadden een buitengewoon succes.

Mijn tweede concert, het Concerto in G van Mozart met Casals, was een triomf. Casals glimlachte naar mij : hij zegevierde. En wat opmerkelijk en uniek was, hij vroeg naar mijn tempi want hij wilde ze exact nemen zoals ik ze wenste ! Krachmalnich is een vriend en een buitengewoon kameraad geweest voor mij. Toen hij opmerkte dat de “Titaanse” nog beter klonk met zijn prachtige Tourte-viool, heeft hij hem mij spontaan geleend om het Concerto in G te spelen en mij gezegd dat ik hem ook voor het concert mocht gebruiken. Vind je ook niet dat maar weinig collega’s tot dergelijk vriendschappelijk gebaar zouden in staat zijn ? Morgen, laatste concert : kwartet met piano en eerste sonate van Beethoven. Deze avond, repetitie van de sonate (met William Kapell) en daarna een beetje kwartet voor het plezier”…

Deze brief laat ons een aspect van Grumiaux’ karakter ontdekken. Hij is zich ongetwijfeld bewust van zijn talent en dit is een gerechtvaardigde houding, niet in het minst doorspekt van hoogmoed, het is de eenvoudige erkenning van een feit. Hij blijft niet enkel bij zijn eigen muziek, we zien dat hij andere musici naar waarde weet te schatten en van hun muziek kan genieten. Hij houdt er niet van zich een minachtende houding aan te meten, zoals zo dikwijls gebeurt bij de artiesten en neemt de bescheidenheid van Clara Haskil als voorbeeld voor eenieder. Hij is bezorgd om de sonoriteit van zijn viool en bijzonder geraakt door de fijngevoeligheid van Krachmalnich die hem zijn Tourte-viool leent.
Het zijn handelingen die bij Grumiaux een bijzondere indruk nalaten en hem optimistisch stellen tegenover de mensheid. Grumiaux die zeer emotioneel is, heeft een expressief en zeer veranderlijk gelaat zodat het moeilijk wordt hem te fotograferen; hij slaagde er niet in de vreugde, pijn, ergernis, enthousiasme of verveling die hij voelde, te verbergen.



De festivals van Stavelot
Stavelot is een klein Belgisch dorpje in de vallei van de Amblème. Vroeger stond hier een befaamde Benedictijnse abdij, gebouwd door Saint-Remacle. Vandaag blijven er nog slechts enkele zeer prachtige gebouwen over zoals de oude eetzaal. Maar alvorens de festivals er plaatsvonden, was Stavelot veel minder bekend dan de naburige regio van Francorchamps, sedert lang internationaal befaamd om haar autoraces.

In 1957 richtte een familie in Stavelot een “muzikale week” van kamermuziek in, als hulde aan Octave Micha, die pas was overleden. De initiatiefnemers waren zijn zoon Raymond en zijn kennissen en vrienden die de oude eetzaal van de abdij als kader hadden gekozen. In 1958 was de week veertien dagen geworden; de faam van de concerten en de pracht van de site trokken steeds meer publiek, zodat Raymond Micha besloot een dubbele auditie van ieder concert te houden en de duur van het festival tot drie weken uit te breiden.

In 1962 nam het festival in belang nog toe. Men heeft de indruk dat Grumiaux ervan droomt om van Stavelot zijn “Prades” te maken. Hij stelt de directie van het festival voor om zich niet meer te beperken tot een concert nu en dan maar om op permanente en actieve basis te werken. Hij maakt zich sterk dat hij een financiële steun zal ontvangen van zijn platenmaatschappij. In de maand mei ontvangt Stavelot een gift van 10.000 gulden. Alex Saron, één van de artistieke directeurs van Philips, had bij de directie van de firma bemiddeld. Voor Stavelot was zulk een prestigieuze associé als Grumiaux, die daarenboven een niet te verwaarlozen steun aanbracht, een onverwacht buitenkansje. Vanaf 1962 zou men hem dan ook quasi de volledige programmering toevertrouwen en zou alzo zijn droom “Prades van het Noorden” werkelijkheid worden.

Om zich voor te bereiden op het openingsconcert in augustus 1962, kwamen Grumiaux en zijn groep samen in het kasteel van Nassau bij Gravin Ilse von Kanitz. In deze oase van rust, ter beschikking gesteld door de Gravin die met vreugde deze musici ontving, bereidden ze dikwijls concerten voor en ontspanden zich tegelijkertijd. In het kasteel van Nassau logeren dus de Grumiaux’, Istvan Hajdu, één van de begeleiders van Grumiaux, de violist Koji Toyoda, leerling en vriend van de Grumiaux’, de altviolist Gérard Ruymen en de cellist Janos Scholtz, een vriend van lange jaren.
Het is moeilijk te gissen naar de persoonlijke reflecties van Grumiaux wanneer hij aan het festival van Stavelot denkt. Alles werd niet altijd gerealiseerd zoals hij het zou gewild hebben; hij heeft niet steeds de partners die hij hoopte te kunnen samenbrengen op een moment dat hij ze rond hem gewenst had, omwille van ziekte of andere engagementen. Hij is tamelijk veeleisend geworden en hij ergert zich gemakkelijk indien alles niet volgens wens verloopt. Zo is hij steeds een beetje geweest maar het lijkt dat hij de laatste tijd minder geduldig is geworden. De motieven van dit lichtgeraakt humeur ?
Zonder enige twijfel zijn gezondheid die wat slechter wordt en zijn affectiviteit die enkel maar groeit zodanig blijft hij naar de muzikale expressie zoeken. Het is niet gemakkelijk zich in twee te snijden…