Arthur Grumiaux op 3-jarige leeftijd met zijn moeder.
©2002 / SOFAM – België (detail)




Zie

Het gedeelte "Kinderjaren" uit de fotogalerij.

De twee viodeo's van het gedeelte "Video" uit de fotogalerij.


2. De familie

Inleiding | Stamboom | Juliette Fichefet | Zijn grootvader langs moeders zijde | Jean-Baptiste Fichefet | Ida | Amanda

Inleiding
In het geboorteregister van het Gemeentehuis van Villers-Perwin staat plechtig vermeld dat in het jaar duizend negenhonderd eenentwintig, de tweeëntwintigste van de maand maart om vijf uur in de namiddag, Grumiaux Jean-Baptiste, Armand, 26 jaar oud, op deze 21ste maart, om twee uur in de ochtend, de geboorte is komen aangeven van een zoon, geboren uit de gemeenschap van hemzelf met Fichefet Marie-Ghislaine, zijn echtgenote. Hij heeft hem de voornamen Arthur-Alix-Ghislain gegeven.

De vroege kinderjaren van Arthur geven ons een beter inzicht in de diverse aspecten van zijn karakter, nu en dan zijn gebiedende wilskracht, dan weer zijn grote tederheid en zijn behoefte aan genegenheid. De invloed van zijn autoritaire en veeleisende grootvader werd getemperd door de tedere en diepe genegenheid van Ida en de toewijding en affectie van zijn grootmoeder. Hij werd in hoofdzaak opgevoed door vrouwen. Zijn vader zag hij nauwelijks en de invloed van zijn grootvader, benevens het onderricht in de muziek, werd geneutraliseerd door de genegenheid van de twee vrouwen. De kleine Arthur wordt omringd door zijn grootmoeder, zijn moeder en Ida. Hij weet beter dan wie ook wat hij zijn grootvader verschuldigd is, maar deze is te oud om moeiteloos het leven van zijn kleinzoon te leven. Nergens is er sprake van vriendjes of vriendinnetjes. Arthur lijkt alleen maar te leven met volwassenen, vooral dan met vrouwen om zich heen. Er ontbreekt een jonge vaderfiguur die hem kan begrijpen. Het zal voor hem, zonder dat hij er zichzelf van bewust is, een drama worden. De prachtige foto waarop men hem rechtop in een zetel ziet, elegant in zijn goed geknipt kostuum dat hem perfect past, toont hem fijntjes glimlachend, misschien met een zekere onderdrukte droefheid. De diepte van zijn blik is ondoorgrondelijk.
Zoals hij is, zal hij zijn hele leven blijven, zijn autoriteit duidelijk laten gelden, fijntjes glimlachend, voorkomend, maar steeds terughoudend met iets ondoorgrondelijks.



Stamboom
De genealoog Pol Lambert heeft met een opmerkelijke zekerheid de afstamming van Arthur Grumiaux tenminste tot het begin van de XVIIde eeuw kunnen achterhalen.
Het geslacht Grumiaux is afkomstig van Quevaucamps maar was sedert vier generaties in Frasnes-lez-Gosselies gevestigd. De geslachten Fichefet en Dumont, t.t.z. deze langs moeders zijde, wonen tenminste sedert de XVIIde eeuw in Fleurus. De schrijfwijze “Grumiaux” dateert van Jean-Jacques Grumiaux, geboren in Quevaucamps in 1743; diens vader heette nog “Grumeau”. Men weet niet waarom Grumiaux de voornaam Arthur meekreeg. We weten dat Ida bij de bevalling aanwezig was en zij vergezeld was van een jongeman met wie ze min of meer verloofd was maar die ze zes maanden later verliet. Deze jongeman heette Arthur. Het is mogelijk dat hierdoor het kind de naam Arthur kreeg, een naam die zeldzaam was bij het geslacht Grumiaux. Het kind kreeg ook een tweede voornaam, Alix, die hij later omzette in Alex omdat hij vond dat Alix een naam voor een vrouw was. Deze naam komt waarschijnlijk van de apothoker Alix Pasquier, waarbij zijn moeder huishoudster was.
De familie Pasquier, waarvan vader Alix soms gedichten schreef, droeg Arthur in het hart; de relaties met Arthur bleven dan ook lang onderhouden, zelfs toen hij naar de Verenigde Staten vertrok.



Juliette Fichefet
Grumiaux’ moeder, Juliette Marie Ghislaine Fichefet, had de gewoonte om in een zwart notaboekje kook- en taartenrecepten te noteren. Vreemd genoeg schreef zij hierin : “Ik ben van mijn kleine jongen bevallen op maandag 21 maart om twee uur en dertig minuten in de ochtend. Eerste kwartier donderdag 15, volle maan woensdag 23”. De moeder geloofde ongetwijfeld in de invloed van de gesterntes.
Maar er bestaat een minder fraaie versie van dit gebeuren. Juliette Fichefet was met een werkman gehuwd, Jean-Baptiste Grumiaux, en het huwelijk was verre van rooskleurig. Arthur Grumiaux zei ooit dat zijn vader in tien jaar tijd bijna nooit thuis was. Het koppel was op het kerkplein van Villers-Perwin komen wonen (Een gedenkplaat werd op het huis waar Grumiaux geboren werd, aangebracht). De baby kon elk ogenblik geboren worden. Toen Grumiaux’ moeder op zekere dag voelde dat de geboorte zich aankondigde, werd zij bijgestaan door haar jongere zus Ida, die toen net op bezoek was. Deze was trouwens geschrokken omdat zij, zoals alle jonge meisjes in die tijd, niet het minste benul had van wat een bevalling was…

Maar waarom was Juliette de enige in de familie die geen muziek gespeeld had ? De verklaring hiervoor kan te vinden zijn in het autoritaire en harde karakter van haar vader. Toen hij haar voorstelde om muziek te studeren, weigerde Juliette, op dat ogenblik waarschijnlijk slecht gehumeurd en met een al even hard karakter als haar vader. Nadien had zij er spijt van en keerde zij op haar stappen terug maar zij kreeg van haar vader een droog en definitief “Neen, Je hebt geweigerd, nu is het te laat” te horen. Juliette liet zich niet ontmoedigen en vond iets waarmee zij haar botenham kon verdienen.
Zij werd de rechterhand van een dame, eigenares van een belangrijke firma in margarine.



Grootmoeder langs moeders zijde
Men kan ook Grumiaux niet begrijpen zonder zijn grootmoeder langs moeders zijde te kennen en uit te leggen waarom hij haar steeds een diepe genegenheid heeft toegedragen. De grootmoeder die er ongetwijfeld genoeg van had om geen nieuws van haar kleinzoon te horen, vertrok uit Fleurus, waar ze woonde, op bezoek naar Villers-Perwin. Zij vond er de baby in zijn wieg, alleen en luidkeels huilend, naast een roodgloeiende kachel. Een grote spin was tot in de navel van de baby neergedaald. Elke psycholoog kan gemakkelijk achterhalen dat hierin de oorsprong te vinden is van het niet geveinsde afgrijzen van Grumiaux voor deze beestjes… De grootmoeder, verontwaardigd over de onverschilligheid van de moeder, nam het kind en vertrok ermee naar Fleurus.
In feite is zij het die sindsdien met heel veel liefde voor hem zorgde en dit bleef doen zelfs toen het gezin Grumiaux, dat trouwens weinig solide was, in Fleurus ging wonen.



Jean-Baptiste Fichefet
Het is een feit : er zijn veel musici in de familie van Grumiaux, ongetwijfeld van ongelijkmatige waarde maar van een zeer behoorlijk niveau. Vooreerst zijn grootvader langs moeders zijde, Jean-Baptiste Fichefet, in de omgang, en men weet niet waarom, “Joseph” genoemd, overleden in 1961 op 91-jarige leeftijd. Ik ontmoette hem rond 1932 met zijn kleinzoon in de abdij van Maredsous. Het was een sterke persoonlijkheid. Men kon er zeker van zijn dat, wanneer hij een beslissing genomen had, deze onomkeerbaar was. Een man van staal. Hij had zeven jaar in het leger gediend en deze lange dienst had hem getekend. Hij had deel uitgemaakt van verschillende muziekkorpsen en had er enkele gedirigeerd. Hij speelde verschillende instrumenten. De muziek was zijn passie. Hij gaf muziekles en hield een winkel waar hij muziekinstrumenten en partituren verkocht. Zo had hij ook muziekles aan zijn kinderen gegeven. Hij had een zoon en vier dochters, waarvan er één op 9-jarige leeftijd tijdens de oorlog ’14-’18 stierf. De zoon, die klarinettist was en de prijs van Rome won, dirigeerde de harmonie van Saint-Amand. Hij ging ook naar Parijs waar hij variété-orkesten dirigeerde en tijdens de zomers stond hij aan het hoofd van het casino-orkest van Mont-Dore.


Ida
Wij hebben reeds kennis gemaakt met Ida, Grumiaux’ meter die zijn moeder hielp bij de onverwachte bevalling. Men ziet haar op een prachtig fotootje, gezeten in het gras spelend met baby Arthur. Zij was ongeveer achttien jaar en zeer mooi. Haar voorkeur ging uit naar de piano maar voor de broodwinning moest zij viool spelen in een klein cinema-orkest. Zij huwde op latere leeftijd en niet vooraleer haar petekind een jongeman was geworden. Toen zij 46 jaar was werd zij op tragische wijze weduwe. Haar echtgenoot werkte op het bureau van een kolenmijn en begon de dag zeer vroeg. Zij stond vóór hem op om het ontbijt klaar te maken. Op zekere dag, toen ze hem niet naar beneden zag komen, ging zij in de slaapkamer kijken : zij had naast een dode geslapen. Zij hertrouwde enkele jaren later maar haar huwelijk was niet gelukkig.

Deze uitwijding heeft haar nut want het blijkt dat Ida die veel van Arthur hield en, gebroken door de dood van haar man en ontgoocheld in haar tweede ongelukkig huwelijk, haar genegenheid op hem overgedragen had. Men mag dergelijke omstandigheid niet ter zijde laten, indien men Grumiaux’ karakter wil begrijpen. Wij komen hier later op terug.
Ida vertelde dikwijls dat, wanneer zij met haar viool van haar werk thuis kwam en deze steeds op dezelfde plaats neerzette, de kleine Arthur zolang rond haar draaide tot zij de kist eindelijk opende en hem het instrument toonde dat hij gefascineerd bekeek.



Amanda
Tot de hoofdstukken waarvoor Dom Nocent de tijd niet meer kreeg te schrijven, is er één die hem nauw aan het hart lag en meer bepaald het hoofdstuk dat hij aan de echtgenote van de artiest, Barones Grumiaux, voor wie hij grote sympathie had en wiens kwaliteiten hij waardeerde, wilde wijten. Hij was ervan overtuigd dat zij een belangrijke rol heeft gespeeld in het leven, of beter nog, in de kwaliteit van het muziekleven van Arthur Grumiaux.
Wij moeten ons, tot onze spijt, tevreden stellen met een beknopte samenvatting van dit hoofdstuk dat als dusdanig in deze bladzijden terug te vinden is.
Dat Amanda in Grumiaux’ leven verscheen verklaart niet alles maar het is onmogelijk Grumiaux te kunnen waarderen zonder Amanda te kennen; zij heeft en onbetwistbare invloed op zijn carrière gehad, evenals op de kwaliteit van zijn muzikale vertolking. Hier komen enkele “discrete indiscreties” van Grumiaux zelf in aanmerking.
Amanda heeft grote kwaliteiten als manager en zij heeft de kleine plattelandsman uit Fleurus, die weinig wereldkennis bezat en alles aan het toeval overliet, zich vlotter leren gedragen.

Maar Amanda was eveneens een uitstekende musicus. Grumiaux zei dat zij zijn beste criticus was. Hij liet haar steeds in de concertzaal komen om haar advies in te winnen over één of andere vertolking; hij vertrouwde volledig op haar oordeel.