Arthur Grumiaux op 7-jarige leeftijd. Fleurus. ©2002 / SOFAM - België (detail)



Zie

Het gedeelte ""Kinderjaren"" uit de fotogalerij.

De twee viodeo's van het gedeelte ""Video"" uit de fotogalerij.


1. De aantrekkingskracht van een legende van een kind-artiest


De neiging om Grumiaux tijdens zijn kinderjaren als een « mythe » te bestempelen, leefde reeds bij de bewonderaars en bewonderaarsters van zijn eerste optredens die overtuigd waren dat hij een muzikale gave had.

Grumiaux vertelde zelf “zijn legende”, niet zonder enige fierheid, tijdens de TV-uitzending “Persoonlijkheid van Arthur Grumiaux”, gerealiseerd in 1972 door Jacques Gossens en Jean Germain.
“Ik was nog geen vijf toen mijn grootvader langs moeders zijde mij privé-lessen gaf, en wanneer een jong leerling-violist voor zijn les kwam, probeerde ik steeds in het geniep achter hem de kamer in de sluipen. Ik verstopte mij onder de trap en met twee min of meer gelijke stokken die ik gevonden had, imiteerde ik, zoals alle kinderen, het vioolspel. Mijn grootvader had opgemerkt dat, wanneer het een hele noot was ik deze langer aanhield, bij een kwartnoot, ik vlugger ging, bij een zestiende noot, nog vlugger enz… Hij moet toen gedacht hebben dat ik een zeker gevoel voor ritme had en besloot om mij notenleer te geven. Ik kon vanzelfsprekend nog niet lezen. Drie maanden later zat ik op de grond op de binnenkoer van het huis toen de kerkklokken luidden. Ik vroeg aan mijn grootvader : “Kan jij mij zeggen welke de noten van deze klokken zijn ?” – “Neen, antwoordde hij, en jij ?” – “Maar natuurlijk !” Hij ging toen aan de piano zitten, speelde de noten die ik hem noemde en ze waren juist. Vandaar dat het idee gekomen is om mij viool te leren spelen vermits ik een absoluut gehoor had.”

Men zal weldra opmerken dat het vroegrijpe talent van Grumiaux snel aanleiding gaf tot de verspreiding van legendes. Grumiaux zelf sprak ze niet tegen, hij hoorde ze graag… zonder er echter veel geloof aan te hechten en had niet de pretentie een legendarisch personage te worden. Zijn fierheid delend, merken wij toch op dat hij heel zijn leven de “la” onthield : hij kon het gerust stellen zonder stemvork.